Rattengif lijkt op het eerste gezicht een gerichte oplossing tegen ratten en muizen. Toch stopt het effect niet altijd bij het dier waarvoor het middel bedoeld is. Anticoagulante rodenticiden werken via de bloedstolling. Een rat of muis die hiervan eet, kan verzwakken en later sterven.

Het probleem ontstaat wanneer zo'n vergiftigd dier wordt opgegeten door een ander dier. Denk aan egels, uilen, buizerds, vossen, marters en andere roofdieren die leven van kleine zoogdieren of kadavers. Zo kunnen gifstoffen via de voedselketen terechtkomen bij soorten waarvoor het middel nooit bedoeld was. Dat noemen we doorvergiftiging.

Doorvergiftiging van niet-doelsoorten via de voedselketen.
Doorvergiftiging via de voedselketen. Bron: CLM, Wageningen University & Research en Dutch Wildlife Health Centre (2026).

Onderzoek uit 2026 van CLM, Wageningen University & Research en het Dutch Wildlife Health Centre laat zien dat anticoagulante rodenticiden nog steeds veel worden aangetroffen in niet-doelsoorten. Ook blijkt uit dit onderzoek dat aanscherping van de regelgeving nog geen duidelijke afname van deze blootstelling heeft laten zien.

Dat betekent niet dat elk gebruik direct tot zichtbare schade leidt. Wel laat het zien dat zorgvuldig omgaan met chemische middelen belangrijk blijft. Voor particulieren, agrariërs en bedrijven is vooral de les: kijk eerst naar de oorzaak van overlast, voordat er naar gif wordt gegrepen.

Hoe RBBO hiermee omgaat

RBBO kiest daarom voor een aanpak waarin preventie voorop staat. We onderzoeken waar ratten voedsel, schuilplaatsen en toegang vinden en pakken die oorzaken eerst aan. Deze werkwijze past binnen Integraal Plaagdier Management, ook wel IPM genoemd.

Chemische middelen horen binnen die aanpak alleen thuis wanneer dit echt noodzakelijk is en andere maatregelen onvoldoende werken. Zo blijft rattenbeheer praktisch en effectief, met zo min mogelijk belasting voor de natuur.

Bron

Gebaseerd op: Vergiftiging van niet-doelsoorten met anticoagulante rodenticiden, CLM, Wageningen University & Research en Dutch Wildlife Health Centre, 2026.